|
Verslag reis Dem.
Rep. Congo januari/februari 2007
Dit keer een zware en
hectische reis, met veel ellende vanwege corrupte ambtenaren en politieagenten.
De bergen gerookte rupsen (een lekkernij in de Bandundu-provincie), twee keer
per dag, en de armelijk bereide foefoe-met-zand gingen me zo tegenstaan, dat ik
tenslote weinig meer at. De nieuwe jeep verrichtte zeer goede diensten. Zonder
deze auto was de reis onmogelijk geweest. De toestand van de wegen (of beter: de
zanderosiesleuven...) is abominabel, en we moesten de jeeps (we reisden er met
2) geregeld losgraven. Het laatste deel van de reis bleek onmogelijk. De weg was
volkomen van de kaart verdwenen, met erosiegaten van soms wel vijf meter diep,
waar enkele jaren geleden nog een weggetje bestond... We hebben de reis naar de
Angolese grens in het westen met 2 personen (terwijl het team verder trok naar
het oosten) deels per motor, deels lopend afgelegd, tot aan een oversteekplaats
van de rivier Wamba. Dat was een barre tocht, zeker 30 km. te voet, het laatste
deel met de bagage op het hoofd. Aan de andere kant zou een jeep klaar staan,
maar die stond 30 km. verderop met motorpech. Nadat deze gemaakt was, ging hij
weer stuk, dus moesten we nog weer 35 km. te voet verder, waar we tot slot een
jeep van Memisa konden bereiken, waarmee we naar Tembo konden, waar we met
ongeduld verwacht werden en 3 dagen te laat aankwamen. Slapen met 7 man in een
kleine kamer, soms op de grond, geen matras, ’s nachts koud, geregeld samen met
een ander in een eenpersoonsbed, met planken als vering... Het ging me dit keer
tegenstaan, ik moet eerlijk zijn, evenals het feit dat je als niet-Congolees als
een doofstomme rondwaart, want je verstaat niets van de communicatie en niemand
lijkt jou te verstaan, omdat slechts weinigen Frans spreken.
Geen geklaag. Het was ook
een machtige tocht, met minstens 12.740 mensen die aangaven tot Christus te
willen komen, mogelijk zelfs 15000, want het rapport van het slotoffensief van
het grootste deel van het team wacht nog op ons. Het komt vandaag in Kinshasa
aan, nadat ik inmiddels naar Nepal vertrokken ben.
In 3½ jaar heeft ons team de
wens tot bekering van ruim 72000 mensen gezien, inclusief de bekering van 4150
pygmeeën in het Oshwe- en Kirigebied van noord-Bandundu, waarvan het rapport
over 2006 net in januari binnenkwam. Hele steden staan in vuur en vlam voor
Christus. In Tembo, een stadje met 26000 inwoners, hadden we slechts 1 avond
voor een grote evangelisatiesamenkomst. Maar 1926 mensen gaven te kennen tot
Christus te willen komen. Het meest radicale vond plaats in Tambutseke (lett.:
Leeuw uit de rimboe), een groot dorp met 4650 inwoners. Iedereen die niet echt
bekeerd was leek tot geloof te willen komen. We konden de aantallen mensen die
toestroomden op de oproep tot geloof niet tellen, ergens tussen de 3200 en 4200.
Ook velen uit omringende dorpen stroomden toe. Ik vraag me af of er nog iemand
is in Tambutseke, die zich niet als Christen beschouwt of wenst te beschouwen.
Dit werk is zelfs voor Congo
en de omringende landen uniek. Een tweede evangelisatieteam als het onze ken ik
er niet. We verenigen alle dorpelingen en alle Christelijke kerken, ook al
hebben die nog nooit samengewerkt. Dikwijls zijn er effecten op lange termijn,
zoals een toegenomen kerkbezoek, tienduizenden die deelnemen aan bijbelstudies,
een radicale vermindering van de misdaad en een zekere economische opleving. Ons
evangelisatieteam brengt hoop, niet slechts op het religieuze vlak. De oude
verhalen van Finney en Wesley zie ik in Congo (en zo God wil straks ook in
Angola) herleven! Er gebeuren grote wonderen. Niemand van ons team of van de
aanwezigen ziet wat we meemaken als ‘massaproductie’, of ‘opgezweepte
gevoelens’. Het zijn heilige momenten, een bezoek van God aan ‘godvergeten’
plaatsen, een doorbraak van de hemel in de aardse ellende van de Congo!
Met vriendelijke groet en
Gode bevolen,
Bram Krol
(heel vroeg op 28 februari,
Gorinchem)
|