|
ZENDINGSREIS NAAR DE PYGMEEEN
Dem. Rep. Congo, juni/juli 2005, Bram
Krol
Resultaten
In een maand
tijds hebben we ongeveer 910 mensen van 12 jaar of ouder tot geloof zien komen
in afgelegen, kleine dorpen van de pygmeeën in het oerwoud in het noorden van de
Bandundu-provincie. De kerkjes zijn versterkt. Veel animisten zijn Christenen
geworden. Er zijn plannen gemaakt voor het werk van Dieudonné Boleko en Hubert
Mempute, afkomstig uit het bezochte gebied. Ze hebben theologie gestudeerd in
Kinshasa, en het Kitwa, de taal van het Twa-volk, is hun moedertaal. Dieudonné
heeft al 9 gebieden kunnen identificeren met grotere concentraties pygmeeën, die
hij met Hubert hoopt te bezoeken. Vijf daarvan zijn vrijwel geheel animistisch.
Helaas waren die té afgelegen om er tijdens ons verblijf zelfs maar één te
bezoeken. Van groot belang was de ontmoeting met Beka, de nestor van de
evangelisatie onder de pygmeeën (zie 'Schreeuw uit het oerwoud'). Hij is terug
uit Kameroen, waarheen hij zijn bijbelschool had verplaatst nadat in Kinshasa
zijn kantoor en school totaal waren leeggeplunderd door de soldaten van Mobutu
(1996). Hij is 70 jaar en met 'pensioen', maar zonder uitkering. Hij is nog
vitaal en wil graag evangeliseren onder zijn volk. Hij is aangetrouwde familie
van Hubert, en afkomstig uit diens dorp (Bisènguè-1), en een oom van vaderszijde
van Dieudonné. Samenwerking zal niet moeilijk zijn. Er zijn plannen gemaakt voor
radiografisch contact van de twee pygmeeënwerkers met ds. Margot Kubadika.
Verder hebben we helpers gevonden in een jonge, ambitieuze predikant van de Kerk
van de Discipelen in Kiri, en een Amerikaans missionaris in Bèronguè.
De reis
Het was een goed
voorbereide reis van een team van 3: ds. Kubadika, de secretaris van
Gemeentegroei in Franstalig Afrika, Dieudonné Boleko, onze gids, en ik. We
konden per vliegtuig de reis naar en van Kiri maken (zodat we niet over het
gevaarlijke en grote Mai-Ndombemeer hoefden), vanwaar we per fiets over een hier
en daar onbegaanbaar of onder water verdwijnend oerwoudpad 216 km. verder
gingen. Op de heenweg hebben we het eerste deel van de tocht per kano met
buitenboordmotor gemaakt, omdat we extra bagage bij ons hadden, die later door
dragers werd opgehaald. Daarna hebben we onze fietsen en voeten gebruikt. Het
was uitermate zwaar, maar alles is zonder ongelukken of ziekte verlopen. Ik heb
prachtige films kunnen maken van de jacht, het zoeken naar honing, het
dagelijkse leven en oeroude dansen van de pygmeeën. Verder bestaat er op de
grens van het Kiri- en het Oshwe-territoire nog een heel speciaal probleem. Het
gebied wordt beheerst door de 'braconniers' (stropers), die met militaire wapens
jacht maken op alles wat beweegt, vooral olifanten. Het oerwoud wordt 'leeggeknald'
- één man schoot in enkele uren 35 apen! Tijdens ons verblijf werden er 3
olifanten gedood, en het ivoor was zomaar te koop, evenals geweren. De
braconniers terroriseren de overheid en de bevolking. In het wijde gebied waar
wij werkten durft geen overheidsfunctionaris, militair of agent meer te komen,
uit angst te worden doodgeschoten. Dit euvel kan voortduren, omdat hoge politici
uit de nabijgelegen Evenaarsprovincie en zelfs hoge generaals meeprofiteren van
de opbrengsten van deze illegale jacht...
Toekomst
Twee pygmeeën -
die nu nog in Kinshasa wonen en studeren - zullen vanaf eind september het werk
in het Mai-Ndombe gebied van de Bandunduprovincie gaan leiden. Ze zullen de
bestaande, maar zeer zwakke, kerken versterken, nazorglessen geven,
vrijwilligers opleiden en nieuwe werkgebieden bezoeken. De pygmeeën wachten op
hen, en vooral ook op Beka, die we bij ons werk hopen te betrekken. Nog overal
viel zijn naam. Er is een mogelijkheid tot radiocontact vanuit Bisènguè-1, waar
Hubert zich zal vestigen, wat slechts 2 km. van Bokota afligt, waar Dieudonné
vandaan komt. Via ds. Antoine Tseki uit Kinshasa (als koerier) kan er een
diepgaand contact worden onderhouden, terwijl ook één van de pygmeeënwerkers
naar Kinshasa zou kunnen reizen als de noodzaak zich daartoe voordoet. We hebben
ontdekt dat de reis via Inongo 90 km. korter en ook gemakkelijker en goedkoper
is.
Projecten en
noden
Er zijn
nauwelijks Bijbels of liedbundels, en er bestaat op geen 400 km. van Bokota ook
maar één nazorgbrochure. We zagen een heel dorpje tot geloof komen (Besao, met
zo'n 150 inwoners), waar wel een (Rooms) kerkje stond, maar zonder zelfs maar
één blaadje uit de Bijbel of andere godsdienstige lectuur. In andere dorpen is
het nauwelijks beter. Daar moet dringend (enigszins) in voorzien worden. Ook
onderricht is nodig. De meeste catecheten en oudsten weten nauwelijks iets van
het geloof af...
Als de
gelegenheid zich voordoet, kunnen we zó met medische, sociale- en
onderwijsprojecten beginnen. Ook economische projecten zijn dringend nodig. De
mensen hebben te eten, maar zijn straatarm. Ze hebben nauwelijks kleren, en
kunnen bij ziekte zelfs geen halve euro betalen voor medicijnen. Valt er iets te
doen met honingprojecten (het oerwoud levert een overvloed aan honing),
gedroogde paddestoelen en andere agrarische producten? En bosbouw? Koffie? (De
koffiestruik groeit er uitbundig). Noten? (Er zijn veel kolanoten in dat gebied,
maar ook andere soorten noten). De weg kan verbeterd worden, en ook ligt er een
al een halve eeuw een onafgemaakte landingsstrip in Bisènguè-1.
(Vraag voor
projecten en evangelisatieactiviteiten die u kunt ondersteunen nadere informatie
bij mij aan.)
(On-)rust
De verwachte
onrust ten gevolge van het uitstellen met zes maanden van de verkiezingen
(gepland voor 30 juni j.l.) bleef grotendeels uit. Slechts in drie steden waren
er confrontaties tussen politie en betogers, met 'slechts' - zeggen de
Congolezen - 20 doden. Maar er heerst een nauwelijks ingehouden woede tegen
politici en autoriteiten, die het land uitbuiten en de ontwikkeling ervan niet
ter hand nemen. Er staat nog een spannende tijd te wachten! Ik voelde daar zelf
ook iets van, toen ik in een dorp in het oerwoud dezelfde autoriteit tegen het
lijf liep, die me met fysiek geweld eens op de luchthaven van Kinshasa 100
dollar had proberen af te pakken (ik beschrijf dat in 'De bulldozer van een
opwekking'; de man had zijn vader begraven.)
Op het
godsdienstige vlak is er ook onrust. Veel mensen zijn teleurgesteld in de
kerken, die mensen nauwelijks weten op te vangen. Duizenden zijn in de streek
rond Kiri overgegaan tot de islam (de Ammadiya-sekte). Enkele Pakistanen runnen
een medische post, waar mensen gratis geholpen worden, mits ze zich bij de islam
aansluiten. In een dorp in de buurt van Kiri is een nieuwe ‘profeet’ opgestaan (Moïse),
die wat goochelt met gewijd water, maar duizenden komen erop af… In één dorp
zagen we maar weinig (10) mensen tot geloof komen. Het hele dorp was in de ban
van de nieuwe profeet…
En verder...
Naast de acties
en kerkdiensten onder de pygmeeën, heb ik ook gesproken in de Kerk van de
Discipelen in Kiri en de pinkstergemeente van ds. Kindia (zie 'Het vlammende
hart van Afrika') in Kinshasa (525 bezoekers). We hebben enkele kopstukken uit
het kerkelijke leven opgezocht in de hoofdstad, en ik heb uitgebreid gesproken
met de boekhouder van Gemeentegroei in Congo. Verder hebben we plannen gemaakt
voor februari a.s. Wat zou het een zegen zijn als we weer op stap kunnen met ons
evangelisatieteam, net als afgelopen maand februari. Nu hebben we ons oog laten
vallen op de grensstreken van Bandundu en Angola: de steden Popokabaka,
Kasongo-Lunda en Tembo, met grote gebieden die nog geheel heidens zijn, waar
geen enkele kerk bestaat! Inwoners uit die plaatsen hebben ons in februari j.l.
gesmeekt naar hen toe te komen, maar dat viel toen niet te realiseren. Ook
lijken er nu open deuren te zijn in Kenge, iets meer landinwaarts. Graag zouden
onze werkers een beamer met dvd-speler aanschaffen, om evangelisatiefilms te
kunnen vertonen. We zouden zelfs af en toe ons team kunnen opsplitsen, om op
meerdere plaatsen tegelijk te werken. Zouden er opnieuw tienduizend mensen tot
geloof komen, of misschien zelfs meer? Na enkele wonderen tijdens ons bezoek aan
Feshi zou men ons ook daar graag terug zien, en het zou er dan nog wel eens
heter aan toe kunnen gaan dan in februari j.l.! Ik kreeg van ds. Kubadika enkele
indrukwekkende getuigenissen van diepgaand veranderde levens te horen over ons
werk van februari j.l.
Maar!
Nu maak ik eerst
op de plaats pas. Alle verdere reizen voor dit jaar heb ik opgezegd. Mijn vrouw
Joke is ernstig ziek. Kanker, uitgezaaid... Medisch gezien is haar toestand
hopeloos. Er staat ons eerst een pijnlijke en angstaanjagende reis te wachten...
Onze laatste reis samen, naar alle waarschijnlijkheid. Zal het een gezegende
reis worden? In Psalm 23 staat: "Zelfs al ga ik door een dal van diepe
duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt daar..." Willen jullie voor ons -
vooral voor Joke en onze kinderen! - en ook voor dit mooie werk in Congo bidden?
Juli 2005, Bram Krol
|