Net retour uit Nepal probeer ik weer wat in het Nederlandse ritme te komen.
De terugreis bedroeg 33,5 uur van deur tot deur, langer dan ooit. Dat viel
me dit keer flink tegen. Bovendien is mijn koffer niet aangekomen. Hoewel
deze meteen al opgespoord werd in Londen, blijft hij daar maar staan, al
meer dan 2 dagen, maar ik moet ‘m pakken voor de reis naar Congo…
Het was een goede reis, zonder hoogte- of dieptepunten. 5
Gemeentegroeiconferenties, 4x met 30-36 deelnemers, en eenmaal met 25
deelnemers, een ingelaste conferentie voor de Friends-churches (doopsgez.)
in Kathmandu; totaal 163 deelnemers, van wie 72 (hulp-)predikanten; verder:
ouderlingen, evangelisten en ander lokaal kader. Groot enthousiasme. Dit
keer heeft Dhruba zijn eerste lessen zelfstandig gegeven. Voor veel
conferentiegangers was het de eerste conferentie van hun leven. Wat vonden
ze het een gewichtige zaak! Ze deden met enorme overgave mee, alhoewel ik
soms de inhoud wat moest aanpassen aan hun mogelijkheden.
Secretaris Dhruba Adhikari doet een goed werk. Hij is ijverig, neemt
initiatief en is nauwkeurig. De samenwerking verloopt goed.
Eerst ging ik dit keer naar Larumba, het hoofdkwartier van de Kiratibeweging,
om de vorderingen met de bouw van het ziekenhuisje te bespreken met de
goeroe en het ziekenhuisbestuur. Dat is goed verlopen. De bouw vordert. Nog
twee maanden en alles kan af zijn. Alleen arriveerden de moessonregens vóór
mij, zodat ik door de grote hoeveelheid water in het riviertje naar Larumba
moest lopen (de jeep kon er niet meer doorheen). Om geen risico te nemen
zijn we meteen weer terug gelopen; 11 uur lopen die eerste krachtinspanning.
En wat een zwaar parcours!
Verder naar Balamvita, 25 km. Ten zuid-oosten van Damak, waar het schooltje
kan worden verbeterd en uitgebreid door een grote gift uit ’s-Gravendeel.
Groot enthousiasme bij alle betrokkenen. De sociale verbroedering tussen de
kasten (het niet-toelaten op grond van kastetegenstellingen van
Santalikinderen op de overheidsschool smeedde het plan om een schooltje voor
hen te bouwen) sinds de bouw van het schooltje gaat nog steeds door. Er is
ook iets bijzonders gebeurd. Een doofstomme Santalivrouw is op gebed genezen
in het kerkje, dat het schooltje gebruikt op de zaterdagen, en heeft op de
radio een getuigenis gegeven van wat haar is overkomen. Nieuwsgierigheid
alom! Binnenkort komt ze mogelijk ook op een nationale t.v.-zender.
De twee onderwijzeressen van het schooltje hebben een training gevolgd bij
een christelijk pedagogisch centrum in Kathmandu. Ze hebben er met volle
teugen van genoten, enorm veel geleerd, en voor de voltijds onderwijzeres,
Uma, was het een goede kennismaking met het christelijke geloof. Haar man
studeert in Kathmandu, en deze is ook erg onder de indruk van het geloof. Er
is veel gaande vanwege het schooltje van Balamvita.
Tussendoor heb ik een reis gemaakt naar de omgeving van het stadje Ramechap
(hemelsbreed 100 km. ten noordoosten van Kathmandu), samen met een
parlementslid en een oud-minister, een goede leider en een bijzonder
vriendelijk man. Na een reis per jeep over zeer onbegaanbare wegen van acht
uur, dachten we er te zijn. Maar na een kop thee en wat versnaperingen
moesten we nog een ‘klein stukje’ lopen. Dat bleek een tocht van 7 uur te
zijn, zodat we om 11 uur ’s nachts onze eerste behoorlijke maaltijd kregen
die dag. Goede contacten opgedaan, meer kan ik er niet over zeggen.
Natuurlijk vlast men op sociale projecten, en ik zal erover nadenken. Deze
contacten zijn de moeite waard, en bovendien zijn het mensen die een project
met enig gezag en het nodige inzicht kunnen leiden.
Voor Congo heb ik een eerste boekje (Dynamiek in uw kring) in het Frans
laten drukken. Een nazorgbrochure volgt deze week, en wordt opgestuurd naar
Nederland. (Naar Congo kost het veel en veel te duur…) Goede contacten met
de drukker, die goed werk levert, en de ontwerper (Silvanus).
In de kerk van Norbu in Kathmandu heb ik gepreekt, evenals in de
onafhankelijke gemeente van Rajahar (in het midden van Nepal, maar dan
dichtbij de grens met India). Dit is een grote, interessante gemeente, die
in 45 jaar 135 dochtergemeenten heeft gesticht. We zijn enkele meer van die
geestelijke doorbraakgemeenten (maar jonger) tegengekomen, o.a. in Lamjung.
En de gemeente in Mari (Chitwan) wil datzelfde bereiken onder de stam van de
Chowdhari’s.
Wat moet ik verder nog vertellen? De ontmoeting met een bijna twee meter
lange kippenslang? Of de zoontjes van ds. Timothy Motohary (de predikant van
Mari), die eindelijk geld genoeg had om na 4½ jaar zijn oude vader van 94 op
te zoeken. (Want waar haal je 20 euro vandaan om de dure bustocht met het
hele gezin te maken?) Onderweg gaf ik iedereen een ijsje, ook zijn zoontjes
van 4 en 5. Dat was het eerste ijsje van hun leven. Zoveel luxe kenden ze
niet. Je had hen met ernstige toewijding moeten zien likken aan dat zalige
goedje… Het was echt vakantie voor hen. Ze maakten een wereldreis van wel 50
of 60 kilometer in een schuddende bus, dwars door het Chitwanwoud, en dan
ook nog zoiets lekkers!
Vooral in de omgeving van Damak zie ik grotere geestelijke doorbraken. En de
goeroe was ongewoon open, zijn vrouw nog meer. Het lijkt erop dat de tijd
voor de ommezwaai naar Christus snel naderbij komt voor de Kirati. Openlijk
vond de ‘goeroe-ama’ dat de Kirati godheid (haar echtgenoot) een god van
niks was… Hij hoorde het glimlachend aan, in het bijzijn van zijn
hoofdbestuur… Tijdens de maaltijd wezen verschillende uitspraken van de
bestuursleden erop, dat hun verzet tegen het christelijke geloof wegvalt, en
dat hun interesse ervoor toeneemt.
Gorinchem, 14-07-‘10
Bram Krol
