aelv-2.jpg

Verslag van de reis naar Congo zomer 2026

De reis naar Congo van twee maanden in de zomer van 2026 is goed verlopen. Geen grote problemen, behalve dan dat door politieke, sociale en kerkelijke problemen een groot deel van de reis veranderd moest worden. Bezoeken aan Kindu, Kisangani, Katanga en Brazzaville moeste plotseling gewijzigd worden en daarvoor kwamen in de plaats Mbuji-Mayi, Kananga et Tshikapa. We hebben daar goed kunnen werken; vooral in Tshikapa verliep alles subliem. Dit zijn grote steden, met respectievelijk 2 miljoen, 1,2 miljoen en nog eens 1,2 miljoen inwoners.

 

Het hoofddoel van deze reis was het lostrekken van de verspreiding van Bijbels en Nieuwe Testamenten. Daar heb ik de verspreiding van kinderbijbels (die van Josh McDowell) aan toegevoegd. Bovendien wilde ik weten waarom alles zo moeizaam verliep. Dat laatste had te maken met de instelling van het team, dat bestaat uit uitstekende docenten, maar op het punt van het aangaan en onderhouden van contacten zijn ze wat zwak en afwachtend. Hun zorg is meer geen geld te verspillen dan iets ‘aan de man’ te brengen. We hebben veel Bijbels en Nieuwe Testamenten en kinderbijbels verspreid. De Franse Bijbels zijn op, de Nieuwe Testamenten zijn bijna op (Frans en Lingala) en de Lingala Bijbels zullen ook snel op zijn, maar daar is nog een voorraad van. (We werkten dit keer hoofdzakelijk in gebieden waar Kikongo en Chiluba wordt gesproken). Wel liggen er nog twee bestellingen van in totaal 550 Lingala Bijbels. De kinderbijbels gaan als zoete broodjes over de toonbank en ook die zullen binnenkort op zijn. Het gaat nu razend snel.

 

Oorspronkelijk was het de bedoeling de Bijbels en Nieuwe Testamenten tegen kostprijs te verspreiden. Die bedragen zijn naar beneden geschroefd na overleg met City Bibles. Mensen weten heel goed dat de Bijbels heel goedkoop zijn, maar de armoede bij bijna alle mensen is schrijnend. Ik heb deze reis een vrouw in huilen zien uitbarsten omdat het haar onmogelijk leek een bedrag van 1000 Congolese Francs (40 cent) bijeen te krijgen, maar ze wilde zo graag een Nieuw Testament hebben. Een jonge kerel overkwam hetzelfde; dat ging over een brochure die 60 cent kost. Zoveel geld had hij al in geen weken gezien. Ik heb met vrouwen gesproken (gescheiden, beide met 6 of zeven kinderen) die met hun hele gezin moesten leven van ongeveer een euro per dag; er zijn miljoenen die zo leven, onder een tentzeiltje slapend op de grond of in een ruïneus huis. De mannen die hen hebben verlaten hebben geen zorgplicht.

 

Een tweede doel was de vorming van enkele nieuwe sprekers/leraren voor onze conferenties en trainingen. Daar begonnen we mee in de plaats Kinkole waar ik zeven nieuwe leiders vormde (met nog twee nieuwsgierigen als gast en verder ons team van drie voor een herhalingscursus). Zij worden binnenkort ingezet.

 

Het derde doel was om in alle plaatsten die we aandeden of waarheen we tijdens mijn bezoek werkers stuurden teams te vormen voor evangelisatie en vooral de opzet van kleine bijbelgroepen voor de nazorg. We hebben nu tien lokale teams van elk drie tot vijf vrijwilligers voor dit werk. Elk team werkt aan het opzetten van nazorggroepen, het trainen van nieuwe nazorgleiders en het onderhouden van contact met ons centrale team. Die lokale nazorgteams zijn te vinden in : Maluku (een voorstad van Kinshasa, o.a. met een kleinzoon van de voormalige president Mobutu), Mbuji-Mayi, Kananga, de omgeving van Masi-Manimba, het oostelijke deel van de provincie Beneden-Congo (Luozi etc.), Kalanganda (Sénevé), Idiofa (2x, Sénevé et Assemblées de Dieu) en twee in Tshikapa (Kerk La Borne in het centrum en in de westelijke wijk met medewerkers van de predikanten Léon en José).

 

Vier groepen werken toe naar de stichting van elk honderden groepen, te weten Mbuji-Mayi met de protestantse bisschop Lunyanya, bisschop Etama van de Sénevé Kerk en de beide groepen in Tshikapa. Ik schat dat we tijdens onze reis van twee maanden 200 groepen zagen ontstaan. Daarnaast hebben nieuwgevormde nazorgleiders reeds tijdens mijn verblijf in drie gevallen zelf al trainingsbijeenkomsten belegd voor nieuwe nazorgleiders. Dat gebeurde in de omgeving van Masi-Manimba, Kalanganda (een groot dorp op 750 km. ten zuidoosten van Kinshasa) et Tshikapa (in twee gemeenten behorende tot de pinkstergroepering La Borne).

 

Bij de acht Gemeentegroei conferenties die we hebben belegd trokken we 761 deelnemers, van wie een kwart predikanten. Ook belegden we negen nazorgtrainingen voor nieuwe groepsleiders. Deze trokken 690 deelnemers (zonder daarbij mee te rekenen de drie sessies belegd door de ‘nieuwelingen’; deze trokken 130 deelnemers).

 

Onze teamleden spraken in tal van kerkdiensten. Ik heb alleen maar bijgehouden hoeveel mensen ik trok in de diensten waar ikzelf (AJK) sprak. Dat waren zeven kerkdiensten met 2365 bezoekers. Ook sprak ik in twee evangelisatiesamenkomsten met 810 bezoekers en 170 mensen die aangaven Christus te willen volgen.

 

Op het einde van de reis hadden we geen Franse Bijbels meer, hoewel daar veel vraag naar was, en vrijwel alle titels van de Sichting Facilite waren uitverkocht en/of uitgedeeld. Dat hebben we nog nooit meegemaakt. Bisschop Lunyanya van Mbuji-Mayi is begonnen met de vertaling van ons nazorgboekje in het Chiluba, de taal van de Kasaï. 

 

Deze reis heeft ons veel nieuwe vrienden voor ons werk opgeleverd. Het is verbazingwekkend hoeveel invloed het boek ‘Gemeentegroei compleet’ in Congo heeft. Het wordt als lesmateriaal gebruikt bij de meeste theologische opleidingen. Ik ben tot driemaal toe mensen tegengekomen die al jaren lesgeven uit dat boek, en mij dan een keer ontmoeten, ook deze reis overkwam me dat een keer in Kananga. Toen we wegens ons gewijzigde reisschema bisschop Lunyanya belden, was hij stomverbaasd. Hij had net die ochtend lesgegeven aan een groep predikanten uit dat boek. De predikanten Patrick Malumba uit Kananga en Kennedy uit Tshikapa zijn al jaren laaiend enthousiast over dat boek. Zo hebben we er nog wel meer ontmoet. Dat is de reden waarom ik dat boek compleet wil herschrijven en actualiseren. Ik ben daar al aan begonnen. (Dat is ook van belang voor onze uitgaven in het Engels en Nepalees).

 

We werken nu toe naar een snelle start van een eigen website in de Democratische Republiek Congo. Daarbij krijgen we steun van ds. Valéry Okoka, een ex-diamantair in Kinshasa, een sterke leider.

 

Verder hebben we uitstekende contacten met de president van een baptistische denominatie die in het oerwoud werkt, in dit geval in de provincie Mai-Ndombe, ds. Noko. Via hem willen alle catechisten van de Rooms-katholieke kerk in zijn provincie voortaan de inleiding die gebruikt wordt in de Bijbel uitgegeven door City Bibles als hun catechese materiaal gebruiken. Verder zijn de contacten met de grote kerken in de Evenaarsprovincie, m.n. de stad Gemena, uitstekend. In het gebied van de ‘Grand Bandundu’ wordt een dialect van het Kikongo gesproken, het Kituba. Er is geen Bijbel en geen bijbelgedeelte in die taal meer beschikbaar, al meer dan tien jaar! Samen met Wycliffe Bijbelvertalers willen we een voorstel doen om op de ene of andere wijze een Bijbel in die taal te laten verschijnen. Ik zal contact met City Bibles daarover opnemen. Een jonge evangelist is in Kalemie in het door oorlogen geteisterde oosten van het land begonnen met nazorggroepen. Wij kunnen daar om veiligheidsredenen niet komen.

 

Alles samengenomen is het duidelijk dat ons werk in Congo wijdopen deuren heeft en een geweldige herstart meemaakt.

 

13/8/’26

Abram Krol