HET GOEDE RECHT VAN HET CHRISTELIJKE GELOOF

De kritiek van Tjarko Evenboer weerlegd - 9

Tjarko Evenboer werd in Christelijke kring bekend door zijn boek over de zondvloed en de zondvloedverhalen die je overal op aarde in de tradities van landen en stammen tegenkomt. “De wereldwijde vloed” bracht veel nieuws. Toen, tot verbazing van tallozen, brak hij met het Christelijke geloof. Deze stap was eerlijk voor hemzelf. Hij weigerde te doen alsof – en dat valt in hem te waarderen. Hij schreef een uitgebreide verklaring voor die stap, in 11 grote artikelen. Maar kloppen zijn argumenten?

 

Ik publiceer wat hij zelf op zijn site heeft gezet (www.dewereldwijdevloed.nl), maar voeg daar een aantal noten aan toe waarin ik uitspraken van Evenboer bekritiseer. Ik behandel zijn artikelen zoals die tot 10 juli 2020 op zijn site stonden. Latere aanvullingen laat ik hier buiten beschouwing.

Mijn commentaar staat in blauwe letters onderaan.

A.J. Krol

_______________________________________________

WAAROM IK HET CHRISTELIJK GELOOF VERLAAT
9. BOVENNATUURLIJKE ERVARINGEN

Voor mij was dit lange tijd een ‘heet hangijzer’: geestelijke en religieuze ervaringen. Een van de redenen dat ik altijd geloofde dat het geloof in Jezus de waarheid was, lag in het feit dat er onder christenen (binnen de charismatische stroming) veel bovennatuurlijke ervaringen voorkomen. Mensen krijgen visioenen, voorspellende dromen, extases, een verhoogd of geopend bewustzijn, profetische kennis en diepe vreugde die uit het binnenste komt stromen. Ook lichamelijke reacties op de ‘kracht van God’ komen veelvuldig voor, zoals trillen, tintelingen, genezingswonderen, mensen die omvallen onder de ‘kracht van God’, enzovoorts. Bewijzen die ervaringen niet dat het christendom 'echt' de waarheid is?

Voor mensen die de charismatische- en pinksterbeweging niet kennen, klinken de ervaringen die ik zojuist noemde misschien volkomen bizar. Voor hen is dit hoofdstuk misschien ook wat minder relevant. Maar voor christenen die wel dit soort mystieke ervaringen hebben meegemaakt, is dit waarschijnlijk juist heel relevant. Het waren dit soort ervaringen die ervoor zorgden dat ik jarenlang rotsvast overtuigd was van dat mijn geloof in Jezus het ware was. Ze bewezen dat ons geloof niet zomaar een religieuze leer was, maar dat 'God echt met ons was', want zijn kracht was tastbaar aanwezig. Zelfs als ik geconfronteerd werd met serieuze problemen of contradicties in de Bijbel, dan redeneerde ik als volgt: ‘ik begrijp ook niet alles, maar ik heb teveel bovennatuurlijke dingen meegemaakt, en dat is voor mij genoeg reden om te geloven dat mijn geloof echt is’.

Toen ik echter brak met mijn geloof deed ik een ontnuchterende ontdekking. Na lange meditatie ervoer ik praktisch hetzelfde als wat ik ‘vroeger’ als christen ervoer na lang gebed, 'soaken' of aanbidding: een extatisch geopend bewustzijn, een transcendente rust en vrede, alles veel helderder zien, loskomen van onrust in mijn gedachten, een zinderend gevoel van bijna ‘elektrische’ energie, lichamelijke tintelingen, opborrelende vreugde die uit een andere dimensie lijkt te komen, en het gevoel contact te maken met de bron van alles. Ineens kwam ik tot de ontdekking dat deze ervaringen dus helemaal niet per se ‘christelijk’ zijn, maar ook buiten het christendom voorkwamen. En dat opende voor mij een zoektocht: is het werkelijk waar dat de bovennatuurlijke ervaringen binnen het (charismatisch) christendom anders zijn dan de ervaringen binnen andere religies?

Samadhi en kundalini
Allereerst ontdekte ik dat mijn ervaring van intense helderheid en verhoogd bewustzijn na meditatie een bekend fenomeen is in o.a. het boeddhisme en hindoeïsme. Men noemt het ‘samādhi’ en het wordt gedefinieerd als ‘een staat van meditatief bewustzijn’ en ‘een verlicht verstand dat zich kenmerkt door vrede en een verhoogd bewustzijn’. Het verstand wordt stil en sereen waardoor het zichzelf van afstand kan observeren en daardoor inzicht krijgt. Ook wordt het omschreven als ‘een staat van gelukzalig super-bewustzijn waarin de yogi de identiteit van zijn individuele ziel en de kosmische Geest leert opmerken’.

Toen ik verder ging zoeken ontdekte ik, tot mijn verbazing, dat ook de ervaringen van ‘kracht van de Heilige Geest’ voorkomen in andere religies en culturen, maar dan met een andere naam. In het hindoeïsme (en van daaruit ook in de wereld van yoga en spiritualiteit) kent men deze manifestaties als ‘kundalini’ – de manifestatie van goddelijke kracht.

Kundalini wordt gekenmerkt door:

  • spontane tintelingen, schokkende bewegingen of trillen, vooral in armen en benen
  • euforie, vrede, een gevoel van contact met oneindige liefde
  • verlichting; enorme transcendente helderheid, het ‘zien’ van de werkelijkheid zonder dat je het hoeft te begrijpen of analyseren (dat noemen ze het openen van je derde oog)
  • een gevoel van interconnectiviteit met alles, jezelf zien als deel van het grotere geheel
  • een sterkere werking van zintuigen, alles sterker ervaren, sensitiever zijn
  • een trance-achtige staat van bewustzijn, waarin iemand helemaal opgaat in de extase
  • het krijgen van visioenen
  • het ineens bovenkomen van emoties of trauma’s die normaal door het verstand worden onderdrukt, met als gevolg dat die emoties eruit kunnen of genezen worden

Bovenstaande ervaringen zijn gelijk aan de ervaringen die christenen hebben tijdens charismatische diensten. Met name het laatste punt is treffend: vaak beginnen mensen die ‘onder de Geest zijn’ te huilen (omdat diepe pijn naar boven gebracht wordt) of te lachen (genezende vreugde die opborrelt). Dit gebeurt dus ook buiten het christendom wanneer mensen in een staat van extase komen. 1

Dit is deels psychologisch te verklaren: een ‘trance’ is een staat waarin de barrière van het verstand wegvalt waardoor het onderbewustzijn niet langer onderdrukt wordt, en diepe trauma’s die normaliter onderdrukt of weggestopt worden naar boven kunnen komen. Dit is hoe de geest van de mens blijkbaar gemaakt is; het wil – net zoals het lichaam zelf wondjes geneest – ook innerlijke trauma’s genezen. Maar mensen komen normaal gesproken niet snel op dat punt omdat hun onderbewustzijn geblokkeerd is; het wordt gecontroleerd door het verstand. Mensen onderdrukken hun problemen zodat deze onder de oppervlakte blijven. Vaak krijgen mensen met trauma’s daarom ook nachtmerries: dat is het onderbewustzijn dat probeert duidelijk te maken dat er iets genezen of verwerkt moest worden. Trance of extase neemt verstandelijke controle weg en opent het onderbewustzijn zodat de geest/ziel de knelpunten gaat blootleggen – vaak met een bevrijdende werking.

Nog een paar kenmerken van kundalini:

  • HET IS KRACHT VAN GOD. Volgens de hindoeïstische filosofie is kundalini de levensenergie die uit God komt. Het is overal, het is alomtegenwoordig, maar kan manifest ervaren worden door mensen die zich ervoor openen; precies zoals de kracht van de Heilige Geest bij christenen.
  • HET STROOMT UIT JE BINNENSTE. Volgens hindoeïsten is de bron van de kundalini-kracht in het binnenste van de mens, ongeveer op hoogte van de navel. Dit is mij op exact gelijke wijze verteld door christelijk leiders – dat de geest van de mens of de ‘bron van Gods Geest’ zich in de onderbuik bevindt, omdat het ‘binnenste’ (waar de stromen van de geest volgens Jezus uit moeten stromen) ook vertaald kan worden als ‘onderbuik’.
  • JE ONTVANGT HET UIT GENADE. Hindoeïsten zien het ontvangen van kundalini als een daad van genade (anugraha) van het goddelijke. Je kunt je er naar uitstrekken met alles wat in je is, maar je ontvangt het niet omdat je het verdient, maar uit genade. De hindoeïstische leraar Swami Rama legde ooit uit dat de grootste blokkade om kundalini te laten stromen het ‘menselijke ego’ is, evenals het niet hebben van geloof. Dit is ook wat christenen leren over de kracht van de Geest: het is het ‘vlees’ of de ‘eigen ik’ die het blokkeren, evenals ongeloof.
  • HET TRANSFORMEERT JE. Volgens de hindoeïsten leidt het ervaren van kundalini altijd tot transformatie: de persoonlijkheid van iemand die kundalini ervaart wordt in positieve zin veranderd . Mensen die die verandering ondergaan worden over het algemeen bewogener voor anderen, minder egoïstisch (ze komen los van hun ego), minder gewelddadig en agressief en voelen de neiging meer waarheid te spreken en niet te liegen. Kundalini is de kracht die mensen moreel gezien verandert in betere en empatischere mensen. Precies zoals de kracht van de heilige Geest bij christenen mensen loutert en ten goede transformeert.

Kundalini lijkt niet alleen qua werking op ‘de kracht van de Heilige Geest’, zelfs de manier waarop mensen de kracht ontvangen is vergelijkbaar:

  • Kundalini kan ervaren worden als iemand zelf zich opent door yoga of meditatie, maar wordt veruit het vaakst ontvangen door geestelijke transmissie / overdracht door een leraar of goeroe die de kracht al op zich heeft. Deze overdracht wordt ‘shaktipat’ genoemd. Al duizenden jaren passen de goeroes dit toe: ze brengen de spirituele kracht over op hun discipelen. Dit fenomeen is bij charismatische christenen bekend als ‘impartatie’.
  • Het ontvangen van Shaktipat verloopt doorgaans via aanraking op het voorhoofd. Mensen vallen regelmatig achterover als ze het ontvangen. Ook worden ze soms emotioneel, of beginnen te schudden. Mensen (ook kinderen) blijven soms tijdenlang op de grond liggen en drinken de kundalini in. Tip: kijk eens filmpjes van ‘kundalini awakings’ op Youtube. Het is net alsof je naar een charismatische ‘outpouring’ zit te kijken.
  • De geestelijke overdracht van kundalini kan via een aanraking, maar het kan ook op grote afstand worden doorgegeven, en zelfs via een object. Precies hetzelfde wordt onderwezen in de Bijbel en in charismatisch christendom: je kunt het ontvangen via handoplegging, door in een dienst aanwezig te zijn waar de kracht is, maar zelfs via objecten als ‘zweetdoeken’.
  • Overdracht via handoplegging is altijd een tijdelijke overdracht; het geeft de ontvanger een tijdelijke ervaring met de kracht om er zo ervaring mee op te doen. Dit is precies zoals de ‘kracht van de Geest’ bij charismatisch christenen werkt. Ik heb zó vaak charismatisch sprekers horen vertellen hoe bij geestelijke overdracht (impartatie genoemd) mensen onder de kracht van de Geest komen, maar dit doorgaans tijdelijk is en vooral een aansporing is voor mensen zichzelf er verder voor te openen.
  • Ook het principe van ‘tongentaal’ komt bij kundalini voor, in een iets andere vorm. In India bezoeken mensen normaal gesproken een leraar om de kundalini-kracht in hun binnenste aan te wakkeren, maar als mensen zelf de kracht willen gaan ervaren zonder een leraar, dan doen ze dat o.a. door het chanten van mantra’s. Volgens verschillende onderzoekers heeft het herhalen van een mantra exact hetzelfde effect als spreken in tongen bij christenen: het zet je verstand buitenspel zodat je geest niet langer gehinderd wordt.
  • Behalve via impartatie kan kundalini ook ontvangen worden op ‘passieve wijze’, dat betekent: de weg van overgave waarin iemand alles loslaat dat het ontwaken van kundalini hindert. Het lijkt sterk op ‘soaken’ bij charismatisch christenen: totaal loslaten en overgeven aan God.
  • Mensen kunnen zowel voorbereid als onvoorbereid onder de kracht van kundalini komen. Ook dat is gelijk aan wat we in charismatische ‘outpourings’ of ‘opwekkingen’ zien: mensen die ervoor open staan komen onder de kracht, maar ook mensen in de omgeving worden soms door de kracht gegrepen.

Feitelijk gebeurt binnen het hindoeïsme precies datgene wat we in het Bijbelboek Handelingen zien en wat in veel charismatische-  en pinkstergroeperingen gebeurt: de ‘kracht van God’ wordt binnen het hindoeïsme ontvangen via handoplegging, door impartatie, of simpelweg door aanwezig te zijn in een dienst; het gevolg is neervallen op de grond, schudden of trillen, soms genezing van emoties, vaak zijn er extases, mensen 'soaken', en de vrucht is dat men innerlijk getransformeerd wordt in een beter en liefdevoller mens.

De overeenkomsten tussen ‘kundalini’ en ‘kracht van God’ zijn overduidelijk. Ik geloof dat die twee hetzelfde zijn. De grote overeenkomst tussen kundalini en de Heilige Geest heeft zelfs christenen vaak in verwarring gebracht.[1] Het grote verschil is dat christenen hun Bijbels-theologisch raamwerk op de ervaringen projecteren, terwijl hindoes hun religieuze ideeën over prana en chakra’s erop projecteren. Christenen zien het als ervaringen met Jezus, Hindoes zien het als ervaringen met Brahma. 2

Helaas zijn we sterk gebrainwasht met het idee van exclusivisme: het idee dat wij bevoorrecht zijn, tot de uitverkorenen behoren, de enige ware religie hebben. Veruit de meeste charismatische christenen die het bovenstaande lezen, zullen geloven dat de ervaringen met kundalini van de duivel zijn, terwijl die van henzelf wél zuiver en van God zijn. Ik dacht dat vroeger ook, maar ik zie nu dat het een cirkelredenering is. Ik geloof dat zowel christenen als hindoes écht dezelfde ‘universele God’ ervaren, maar we projecteren er onze culturele en theologische programmering op.

Nog iets: ik was ooit bij een dienst tijdens een charismatische conferentie waarin meerdere personen uit mijn omgeving, onder de ‘kracht van God’, ineens handen als de klauwen van een kreeft kregen: ze konden de handen simpelweg niet meer loskrijgen. Pas na ongeveer een uur begon de hand te verslappen en werd hij weer normaal. Recent ontdekte ik dat ook dit een verschijnsel is dat voorkomt bij vormen van hypnose en trance. Ook is het een veelvoorkomend verschijnsel in de meditatie/yoga; ‘tetany’ genaamd.

Ik dacht altijd dat de ervaringen christenen meemaakten het kenmerk waren van dat het christendom de ware godsdienst was. Ik zag ze als het bewijs dat ‘God met ons was’ (en dus niet op die manier met de rest van de wereld) en dat Jezus ‘dus’ écht de enige weg was. Maar het blijkt dat deze ervaringen universeel zijn. Wij mensen hebben allemaal religieuze kaders gecreëerd en zijn onze eigen ervaringen als ‘enige ware’ gaan claimen. En dat is misschien wel de sterkste motor onder religie: het valse idee dat 'wij' exclusief zijn, dat wij het wél zien en anderen niet. Dat 'wij' de waarheid hebben, en dat al het andere dus misleiding is.

Bronnen van de Geest
In mijn jaren als christen sprak ik regelmatig in kerken over de uitspraak van Jezus dat het levend water uit ons binnenste moet gaan stromen. Ik sprak erover dat wij een levende tempel zijn, en dat (net als in Ezechiël 47) het water van Gods Geest uit onze innerlijke bronnen moet gaan stromen, tot genezing van allereerst jezelf, maar daarna je omgeving. Ik sprak er vaak over dat onze innerlijke bronnen ‘schoon moeten worden’, zodat het levend water ongedwongen kan gaan stromen.

Frappant genoeg gelooft men in de Oosterse filosofie iets soortgelijks, namelijk dat de mens zeven ‘chakra’s’ heeft: een soort spirituele energiebronnen die eveneens vergeleken worden met waterbronnen die aan elkaar verbonden zijn, maar verstopt kunnen raken door negatieve energieën als angst, schaamte, leugens of haat. Door vrij te komen van wat je innerlijk vastbindt – bijvoorbeeld door haat los te laten en liefde toe te laten, of door trauma’s of pijn te verwerken – wordt de verstopping van het chakra beëindigd en kan de goddelijke energie vrijelijk stromen. Als een mens totaal vrij geworden is, is er één vrije goddelijke stroom die door een mens heen stroomt, naar anderen toe. Op die manier kan een mens positieve invloed op de aarde hebben, en kan de maatschappij veranderen en gezond worden. Vroeger gingen mijn haren overeind staan als iemand sprak over ‘chakra’s’, ik zag het als demonische misleiding. Maar ik had me er ook nooit in verdiept. Nu zie ik dat dat wat men in de oosterse spiritualiteit ‘chakra’s’ noemt feitelijk hetzelfde is als dat wat ik zelf onderwees. 3

Lichamelijke genezingswonderen
Binnen de charismatische wereld worden veel wonderen van lichamelijke genezing gerapporteerd. In christelijke ‘genezingsdiensten’ wordt er altijd op gehamerd dat alléén Jezus geneest. Genezingen buiten het christendom worden afgedaan als nep óf ze worden gedemoniseerd (het is van satan, of: mensen ontvangen genezing maar komen tegelijk onder een ‘vloek’ of ‘binding’ terecht). De werkelijkheid is echter dat handoplegging en genezing ver buiten het christendom voorkomen, met dezelfde soort getuigenissen van wonderen en krachten, en er is niet één aanwijzing of bewijs te vinden dat er een verschil is in vrucht.

De auteur Gregg Braden beschrijft bepaalde Taoïstische principes van genezing in China waar mensen aantoonbaar lichamelijk genezen. Die principes werken als volgt: de beoefenaars van genezing gaan bij een zieke staan en richten hun gedachten gezamenlijk op zijn of haar genezing. Ze richten al hun energie en focus op het feit dat de zieke reeds genezen is, terwijl ze woorden uitspreken die eveneens verklaren dat de genezing al reeds een feit is (‘reeds genezen, reeds genezen’). Baden voert filmbeelden aan waarin te zien is hoe een inoperabele tumor van een vrouw binnen enkele minuten verdwijnt. Natuurlijk zullen sceptici niet overtuigd zijn van de waarheid van zulke genezingswonderen. De vraag of de genezingen 'echt' zijn, is ook niet waar het mij om gaat. Het punt dat ik wil maken is dat de principes van genezingsbediening die we terugzien bij Taoïsten grofweg gelijk zijn aan de principes van genezing binnen het charismatisch christendom, inclusief de focus op het visualiseren en geloven dat de genezing er reeds is. 4

Braden legt zelfs uit dat volgens de Chinese ‘genezers’ de zieke vrouw ook zelf haar genezing had kunnen ontvangen door in haar eentje zich af te stemmen op de juiste energie/mindset, maar dat de hulp van andere mensen voor een diepere bewustwording en daardoor grotere kracht zorgt. Dit lijkt sterk op hoe christelijke genezingspredikers als Jan Zijlstra erop hameren dat er tijdens een genezingsdienst, door de ‘collectieve verwachting en geloof’, meer ‘zalving’ (= actieve kracht van God) is.

Gregg Braden koppelt dit soort genezingen aan ontdekkingen in de kwantummechanica. De inzichten in de kwantummechanica zetten wetenschappers al tientallen jaren voor grote raadsels, omdat men erachter komt dat de natuur zich op het kleinste deeltjesniveau compleet anders gedraagt dan we volgens de normale natuurwetten zouden mogen verwachten.[2] Zo heeft de kwantummechanica aangetoond dat deeltjes zich anders gedragen wanneer er menselijke observators zijn. Of beter gezegd: de plaats van deeltjes lijkt onzeker te zijn totdat ze geobserveerd worden. Deeltjes zijn overal en zijn golven, die pas een vaste vorm en locatie aannemen als zij geobserveerd worden. Wetenschappers hebben de experimenten telkens opnieuw gedaan omdat men de resultaten niet kon begrijpen, maar telkens rolde er hetzelfde resultaat uit: mensen hebben invloed op de natuurwetten en kunnen die beïnvloeden enkel door te zijn. Het universum lijkt op het kleinste deeltjesniveau totaal anders in elkaar te zitten dan de klassieke wetten van de natuurkunde omschreven, en geen enkele wetenschapper kan tot noch toe de bizarre werking doorgronden. Hoe dan ook: dat deeltjes zich anders gedragen wanneer ze geobserveerd worden, betekent dat mensen dus per definitie realiteit creëren, vanuit hun bewustzijn. Ook Pim van Lommel verbindt in zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ het bewustzijn van mensen aan nieuwe ontdekkingen in de kwantumfysica. Ik ben geen kwantumfysicus, dus het is niet mijn plaats om hierover iets zinnigs te zeggen. Maar als ik zulke dingen lees, dan rijst bij mij het idee dat de mens realiteiten kan scheppen met gedachten en woorden.

De Indiase filosoof Swami Rama (1925-1996), die veel leerde over meditatie en kundalini, trainde zichzelf zo diep in de kracht van het menselijk denken dat hij zelfs de onbewuste processen van zijn eigen lichaam kon beïnvloeden. Wetenschappers van het Menninger-Instituut in de VS onderzochten Rama en stelden vast dat hij door de kracht van zijn wil zijn hartslag hevig kon versnellen, zijn bloeddruk kon aanpassen en zijn eigen lichaamstemperatuur kon veranderen. Hij kon zijn eigen breinactiviteit zo aanpassen dat op een EEG de hersengolven van diepe slaap zichtbaar werden, hij kon met de energie van zijn handen de temperatuur aan de ene kant van zijn handpalm tien graden Fahrenheit laten verschillen met de andere kant. Ook gaf Rama een demonstratie van het verplaatsen van objecten door middel van gedachtekracht (telekinese genaamd). De onderzoeken op Swami Rama ondersteunen het idee dat de geest van de mens vele malen krachtiger is dan we denken.

Er zijn onderzoekers die menen dat alle menselijke emoties en gedachten energieën zijn die we uitstralen en die positief dan wel negatief zijn en daarmee ook fysieke invloeden hebben op ons lichaam. Dit maakt begrijpelijk hoe het mogelijk is dat negativiteit kan leiden tot lichamelijke klachten terwijl positiviteit leidt tot een veel sneller herstel. Dit is ook een van de basisprincipes onder neurolinguïstisch programmeren: als je je mindset positief laat zijn en echt gelooft in iets, dan wordt het werkelijkheid. Of dit echt zo werkt of complete pseudowetenschap is, weet ik niet, maar feit is in ieder geval dat de principes gelijk zijn aan hoe 'geloof en verwachting' worden onderwezen in het charismatische christendom.

Het is in dit licht ook interessant te verwijzen naar de Britse mentalist/illusionist Derren Brown. Hoewel Brown christelijk opgevoed is gelooft hij niet meer in God. Brown beweerde dat wat in charismatische diensten gebeurt een vorm van hypnose is. Als experiment is hij tijdens zijn hypnose-shows dezelfde tactieken gaan toepassen als hij kent uit de ‘faith-healing’ beweging. Hij begon mensen voor te bereiden, een extatische sfeer te creëren door middel van muziek, een verwachting op te bouwen, en vervolgens handoplegging toe te passen – allemaal als massapsychologie-experiment. Tot zijn stomme verbazing begon hij echter mee te maken dat mensen echt genazen. Dat varieerde van vage klachten die verdwenen (wat je prima aan placebo-effect kunt wijten), tot psoriasis die in 5 minuten zichtbaar als sneeuw onder de zon verdween, en iemand die vanwege een infarct de linkerkant van haar lichaam niet kon voelen en dat ineens weer kon. Er waren mensen die naderhand contact met Brown opnamen en zeiden: ‘Ik weet dat dat wat jij doet geen echte geloofsgenezing is, maar mijn kwaal is nog steeds weg en ik voel me geweldig.’ Brown maakte een documentaire over deze principes, ‘Miracle’ genaamd (en die op Netflix staat).

Brown verklaart dit fenomeen louter psychologisch – als hypnose en psychosomatische genezing. Hoewel er binnen het charismatisch christendom zeker veel psychisch verklaard kan worden (daarover meer in het volgende hoofdstuk), schiet een louter psychologische verklaring naar mijn idee toch tekort. Ik heb zelf meegemaakt dat een diepe wond voor mijn ogen verdween tijdens gebed. Ik kan dat niet verklaren met het idee van 'placebo'.

Kortom: het is mogelijk dat de mens geschapen is met scheppende vermogens, en realiteiten kan creëren door energie en collectieve mindset. En mogelijk zijn de genezingsprincipes die christenen ervaren universeel en deel van hoe de schepping werkt. Ik denk dat de mens nog niet half ontdekt heeft hoe bizar dit universum in elkaar zit en hoe groot het effect van ons denken op materie is. En misschien hebben mensen als Jan Zijlstra door geloof, verwachting en het uitstralen van positieve energieën de ‘portal’ tot deze genezingskracht ontdekt, en interpreteren zij deze vervolgens vanuit hun religieuze kaders.[3] 5

Het ontvangen van dromen, tekens en bovennatuurlijke leiding
Een ander voorbeeld is de manier waarop christenen – en ik zelf – soms geleid worden door tekens, dromen en ingevingen die hen naar een bepaalde bestemming brengen. Ik heb bijzonder veel dromen gehad die voorspellend, waarschuwend of aankondigend waren. Mijn beide kinderen zijn helder in dromen aangekondigd, maar ook belangrijke gebeurtenissen kreeg ik op voorhand in een droom. Met name in tijden dat er veel gebeurde en veel aan het omwentelen was droomde ik veel dingen. Vaak droomde ik symbolisch zaken die kort daarna gebeurden, soms zelfs in detail zoals ik het gedroomd had.

Hoe dan ook, dit ‘ontvangen van tekens en dromen’ en ‘goddelijke leiding’ is niet iets wat alleen bij christenen voorkomt. Het komt overal voor. Zelfs in die mate dat de grote psycholoog Carl Jung er een naam voor bedacht: ‘synchroniciteit’. Synchroniciteit is het fenomeen dat mensen signalen ontvangen die hen de weg wijzen. Volgens Jung ontvangen mensen die er open voor zijn of erop letten met name in tijden van transformatie en crisis zulke tekens, die hen wijzen dat ze op de goede weg zijn. Regelmatig krijgen (soms volkomen ongelovige) mensen troostende en bijzondere tekenen na de dood van een geliefde. Andere mensen ontvangen woorden in gedachten of elkaar bevestigende tekens die hen de weg wijzen naar een bepaald doel. De psycholoog Jung probeerde dit fenomeen uiteraard psychologisch te verklaren (mensen zijn alerter op het ontvangen van bevestigende signalen wanneer ze het moeilijk hebben of in een omwenteling zitten), maar ik geloof dat het wel degelijk iets te maken heeft met ‘God’ en ons hogere bewustzijn.

Nog enkele dingen:

  • Overal ter wereld hebben mensen onverklaarbare inspiratie vanuit dromen of intuïtie ervaren. Een bekend voorbeeld zijn muzikanten en kunstenaars die beweren inspiratie te krijgen (soms in dromen) en daardoor een instrument van iets hogers te worden. Zelfs grote wetenschappers als Einstein meenden hun ideeën te krijgen vanuit intuïtie, van binnenuit, niet door ratio.
  • Overal ter wereld hebben mensen voorspellende (vaak symbolische) dromen, waarbij men iets droomt wat duidelijk een metafoor is voor iets in hun leven. Niet voor niets bestaan er talloze boekjes over droomuitlegging, die volgens exact dezelfde principes werken als de christelijke varianten. Soms zijn die dromen bevestigend, soms waarschuwend, maar altijd zijn ze onverklaarbaar en bevatten ze informatie die een persoon (nog) niet kan kennen.
  • Heel veel mensen ervaren een ‘roeping’. Ze hebben een diep besef dat ze op aarde zijn met een doel, dat er iets is waarvoor ze gemaakt zijn. Ze ervaren onrust totdat ze naar hun hart gaan luisteren en gaan doen wat diep in hun binnenste resoneert. Er zijn atheïsten die in Afrika onder de allerarmsten gaan werken, niet omdat het moet, maar omdat ze het van binnenuit als een roeping ervaren, ze willen het doen, ze kunnen niet anders. Ook opvallend veel mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad, zijn teruggekomen met het diepe besef dat ze een doel en roeping hebben die nog vervuld moet worden.
  • Het concept van een ‘God’ – de diepe wetenschap dat er een hoger bewustzijn is, een schepper, een bron van alles – is, tenslotte, ook in mensen wereldwijd terug te vinden. Het verklaart de neiging van de mens tot religie en spiritualiteit. Jung beschreef hoe het basale concept van een God onmiskenbaar in het collectief onderbewuste van de mens zit. Vervolgens zullen de (culturele of religieuze) ervaringen die de persoon op dat gebied in de wereld beleeft het uiteindelijke beeld van God of het goddelijke vormen. Met andere woorden: de mens weet van nature dat er 'meer' is, maar de religieuze opvoeding zorgt uiteindelijk voor de finetuning in hoe we dit zien.

Kluun beschreef deze 'neiging tot spiritualiteit' van mensen in zijn boekje 'God is gek'. Hij legt in dit boekje uit hoe, ondanks het feit dat in onze atheïstische cultuur dit soort zaken vaak worden geridiculiseerd, ze bij een overgroot deel van de bevolking voorkomen.

Hoe dan ook: er zit iets in de natuur van de mens dat het transcendente zoekt, dat zich uitstrekt naar iets wat de menselijke werkelijkheid overstijgt. Velen beseffen diep vanbinnen dat ons korte aardse leven niet zinloos is, dat hoewel wij imperfect en aards zijn, we tegelijk deel zijn van iets wat vele malen groter is dan wijzelf. Sommigen zullen deze fenomenen verklaren als iets psychologisch, en daar heb ik alle begrip voor. Zelf denk ik echter dat dit iets is wat in onze natuur is gelegd. In het neoplatonisme gaat men uit van 'het Ene' of 'de Ene', waarmee men de transcedente Bron beschrijft waar alles uit voortkomt en waar alles ooit naar terugkeert - en ik kan me best vinden in dat idee, hoewel ik mij nederig opstel in mijn uitspraken over de precieze aard en duiding van deze Bron.

Als je mij 15 jaar geleden hierover gesproken had, had ik gezegd dat iedere spirituele ervaring buiten het christendom ‘van Satan’ was. Maar ik ben daar volledig op teruggekomen. Als er een God is, dan is deze groter dan welke religie dan ook. Dan is hij (of zij) universeel met de mens bezig. Bovenstaande ervaringen zijn in alle religies hetzelfde. De extases die charismatisch christenen ervaren zijn gelijk aan de extases van Soefi-moslims en van hindoe-yogi’s. Het is universele goddelijke aanwezigheid/energie. Ik zie geen verschil in werking, en evenmin een verschil in gerapporteerde ‘vrucht’.

Het christelijk dualisme is een cirkelredenering
Jarenlang durfde ik de gedachte dat God misschien wel groter is dan religie en universeel in mensen aanwezig is, niet eens toe te laten als mogelijkheid. Alle spirituele ervaringen buiten het christendom – ervaringen die niet in naam van Jezus waren en/of niet door christenen werden gepraktiseerd – waren per definitie van Satan, dus ik liet het wel uit mijn hoofd die dingen te onderzoeken! Nu geloof ik dat het hele idee van ‘Jezus als enige weg’ simpelweg een manier van de eerste christenen was om hun ervaringen met het goddelijke als enige ware te claimen, zoals religies overal gedaan hebben.

Het probleem is echter dat er binnen de christelijke wereld allerlei ‘anekdotische’ bewijzen de ronde doen over hoe slecht en demonisch spirituele ervaringen bij niet-christenen zijn. Ik ben werkelijk mijn hele geloofsleven geprogrammeerd met de mantra dat spirituele ervaringen buiten het christendom demonisch zijn en dat iedereen die zich ‘daarmee inlaat’ allerlei negatieve gevolgen zal gaan ervaren. Met name de christelijke schrijver Derek Prince ging hierin erg ver – hij beweerde dat iedere kleine aanraking met niet-christelijke spiritualiteit al voor onheil en tegenspoed in het leven van christenen zorgde. Als gevolg van dit soort theologie geloofde ik in onheil en duisternis. Als ik spirituele dingen op tv zag voelde ik – als een zichzelf vervullende profetie – direct duisternis. Maar ik zie nu dat dat simpelweg veroorzaakt werd door mijn eigen angst, gevoed door de charismatische theologie. Het was brainwash. Het was mijn perceptie.

De dualistische, 'binaire' manier waarop christenen de geestelijke wereld opdelen in goed en slecht zie ik nu als een cirkelredenering. Ik ontken niet dat er goed en slecht bestaat, maar de gedachte dat al het christelijke van God komt en alles buiten het christendom ‘van Satan’, is een cirkelredenering. 6

Namelijk: als charismatische christenen horen van geweldige dingen binnen het christendom (geweldige profetische woorden, bijvoorbeeld) zeggen ze: wauw, God is goed! En de negatieve dingen (mensen die gemanipuleerd worden via profetie, verknipt raken, alleen maar zieker worden of in de psychische problemen komen, enz.) worden genegeerd.
Als ze positieve dingen horen die buiten het christendom gebeuren (geweldige profetische woorden, bijvoorbeeld), zeggen ze: ‘het is Satan die zich voordoet als een engel des lichts, ongelofelijk, ze weten niet waarmee ze zich inlaten!’ En als ze negatieve dingen horen die buiten het christendom gebeuren (manipulatieve profetie, mensen die verknipt raken of alleen maar zieker worden of in de psychische problemen komen, enz.) dan zeggen ze: ‘zie je wel, ze halen een vloek over hun leven door zich ermee in te laten!’

Hetzelfde geldt wanneer mensen zich de handen op laten leggen tot genezing. Als charismatisch christenen zich de handen op hebben laten leggen door Jan Zijlstra en vervolgens nachtmerries krijgen, dan zeggen ze: ‘geestelijke strijd, het is een aanval van de duivel omdat God in ze aan het werk is, wegsturen die hap!’ Maar als mensen naar een spiritueel genezer zijn geweest en zich de handen hebben laten opleggen en nachtmerries krijgen zeggen ze: ‘zie je wel dat het van de duivel is! Je had ook niet daarheen moeten gaan!’

Laat ik het in een schemaatje zetten:

Handoplegging door Jan Zijlstra

> genezen

“Halleluja, dit is God!”

Handoplegging door spiritueel genezer

> genezen

“Satan doet zich voor als engels des lichts!”

Handoplegging door Jan Zijlstra

> nachtmerries of ellende

“Geestelijke strijd omdat God aan het werk is!”

Handoplegging door spiritueel genezer

> nachtmerries of ellende

“Ja je hebt jezelf onder vloek gebracht, het is van de duivel, waar laat je je mee in!?”

Kortom: charismatisch christenen houden hun geloof levend door de feiten te selecteren in hun voordeel.[4] In christelijke boeken lees je alleen maar over negatieve gevolgen van bovennatuurlijke zaken buiten het christendom – maar gek genoeg lees je zelden iets over de enorme schade die bovennatuurlijke zaken binnen de charismatische wereld aanrichten (zoals psychologische problemen door alle paranoia rond ‘satan’ en ‘demonen’).

Mijn punt is: de informatie die christenen lezen is geselecteerd en gekleurd – ze verwelkomen alleen de informatie die klopt bij hun standpunt (en ik heb daar zelf hard aan meegedaan, waarvoor excuses).

Veel hiervan is overigens een zichzelf vervullende profetie. In mijn jaren als pinksterchristen ervoer ik vaak 'geestelijke strijd'. Ik ervoer soms zelfs bijna tastbaar negatieve atmosferen in mijn huis, die ik als 'demonisch' zag. Als ik bepaalde muziek hoorde waarvan ik geloofde dat het duivels was, ervoer ik duisternis en onrust. Sinds ik met het christelijk geloof gebroken heb, is dit alles in één klap verdwenen. Ik zie nu dat angst de wortel van dit alles was. Wanneer je gelooft dat ergens demonen achter actief zijn is er een 'bedreiging', en dan zul je onbewust ook gaan ervaren wat je gelooft. Het zat tussen mijn oren.

Bijna alles wat in het charismatisch wereldje gebeurt – inclusief de extases, de visioenen, het ervaren van liefde of oneindige vrede – het komt voor buiten het christendom. En ja, jaren geleden zou ik hetgeen ik nu beweer ‘New Age’ genoemd hebben en het streng veroordeeld hebben, maar tegenwoordig kan ik gewoon niet meer geloven in het absurde christelijke idee dat God 99% van zijn schepping links laat liggen omdat ze niet ‘de juiste leer geloven’ (namelijk het evangelie) en er daarom niet bij horen. Het is een bizar idee dat God de 1% die de juiste leer heeft omarmd (omdat ze toevallig christelijk zijn opgevoed doordat ze aan de goede kant van onze planeet zijn geboren) bevoorrecht op de rest. 7

'Er kan maar één godsdienst de ware zijn'
De veelgehoorde reactie van christenen hierop is dan: ‘Maar er kan toch slechts één godsdienst de waarheid zijn? De religies kunnen niet allemaal waar zijn, want ze spreken elkaar tegen.’ Dat is een logische tegenwerping en precies zoals ik zelf ook altijd dacht. Zowel de Islam als het christendom claimen de 'enige weg' te zijn, en ze kunnen niet allebei de enige weg zijn. Maar de grote denkfout die we dan maken is dat we de theologische dogma’s over God verwarren met God zelf. We denken dat God alleen interacteert met hen die ‘alles juist zien’ of die ‘de juiste leer geloven’. We zitten vast in het paradigma dat 'leer' zaligmakend is; we denken massaal dat het Grote Criterium is of je wel of niet tot het juiste geloof behoort. Maar misschien is het wel zo dat geen enkele religie de ‘juiste leer’ heeft, omdat het allemaal ontoereikende pogingen zijn het goddelijke te begrijpen. En misschien vindt 'de echte God' dat ook wel totaal niet belangrijk, omdat hij interacteert met mensen op niveau van geest en bewustzijn, en niet zozeer op niveau van verstand en leer. Wellicht is het onmogelijk om 'God' te begrijpen met onze hersenpan en zijn onze claims op 'de waarheid' een uiting van de meest lachwekkende naïviteit (of hoogmoed) die er bestaat!

Nogmaals: alle religies zijn per definitie menselijke pogingen het Goddelijke mysterie te systematiseren. Het is dus mogelijk dat christendom, islam, boeddhisme en hindoeïsme menselijke denkstelsels zijn en dus feilbaar en onderling tegenstrijdig, maar dat zij allemaal in hun ontoereikendheid flarden van het goddelijke opvangen.

Ervaringen als reden om twijfels te parkeren
Wat ik verder ben gaan zien is dat christenen, net zoals ik vroeger, hun transformerende ‘ervaringen met God’ zien als een bewijs van hun geloof, of op zijn minst als reden om eventuele problemen met de Bijbel te kunnen parkeren. Wat ik bedoel is dit: ik heb regelmatig van christenen gehoord dat zij moeite hebben met het geweld en de liefdeloosheid in de Bijbel namens God. Maar vaak hebben deze christenen een bepaalde bekeringservaring of andere religieuze ervaringen gehad waarin ze ‘God’ ervoeren, liefde voelden en blijdschap ontvingen, en die ervaring heeft grote indruk op hen gemaakt. En dus nemen ze hun ervaring als een ‘bewijs’ van dat hun geloof het ware is en laten de grote problemen met de Bijbel voor wat het is.

Men redeneert als volgt: “Ik begrijp al die dingen in het Oude Testament ook niet, maar ik wéét dat God liefdevol is, want zo ervaar ik hem dagelijks.” Maar het feit dat mensen een bepaalde Godservaring hebben is niet een bewijs van de geldigheid of accuraatheid van hun heilige boek. Als mensen overal op aarde, in alle religies, connectie maken met God, dan betekent dit dat de God die christenen ervaren misschien helemaal niet de God van hun heilig boek is. Misschien beweegt God wel overal in de ruimte die hem gegeven – in alle culturen en alle religies. Je spirituele ervaringen zijn dus geen ‘bewijs’ dat je leer de ‘ware’ is.

Concluderend zien we overal ter wereld, in alle religies, dezelfde soort spirituele ervaringen. Ook binnen het charismatisch christendom. En hoewel ik zeker geloof dat veel van dit soort ervaringen binnen het charismatisch christendom oprecht zijn, ben ik er ook achter gekomen dat niet alles 'echt' is. Ik denk dat op zijn minst een deel van de charismatische 'manifestaties' psychologisch verklaard kan worden. Dit onderbouw ik in het volgende hoofdstuk: De kracht van massa-hypnose en suggestie. 8

 

NOTEN:

[1] De grote gelijkenis tussen Kundalini en ‘kracht van de Geest’ heeft ervoor gezorgd dat meer conservatieve christenen die niet geloven dat 'de kracht van de Heilige Geest' nog voor deze tijd is, beweren dat charismatische manifestaties (zoals Toronto-manifestaties) in werkelijkheid ‘kundalini’ zijn. En de charismatische christenen beweren op hun beurt dat dat onzin is, en dat het écht de Geest van God is, maar dat ‘kundalini’ in de oosterse religies natuurlijk wél van de duivel is. We bekvechten allemaal omdat we willen dat hetgeen wijzelf ervaren ‘echt’ en vooral ‘exclusief’ is. Terwijl God simpelweg ook buiten het christendom mensen aanraakt. Waarom wil religie God altijd voor zichzelf alleen hebben?

[2] De kwantummechanica heeft aangetoond dat alles in het universum energie is; zelfs materie is een vaste vorm van energie. De aarde, licht, geluid, emoties, onze organen - alles bestaat uit dezelfde deeltjes, en het zijn allemaal andere ‘golflengten’ van energie. De deeltjes waar alles uit opgebouwd is, werken op hele bizarre manieren samen.

[3] Ik heb Jan Zijlstra vaak horen zeggen dat alle christelijke denominaties ‘filialen’ zijn met één bedrijfsleider: God. Misschien heeft hij gelijk, maar moeten we het nog veel breder zien dan het christendom.

[4] De kans dat er na een bezoek aan een spiritueel genezer of een reiki-sessie negatieve dingen in je leven gaan gebeuren is even groot als de kans dat er goede dingen gebeuren. Aangezien ieder ‘ding’ wat in ons leven gebeurt ongeveer 50% kans heeft goed te zijn en 50% kans slecht te zijn, zullen er dus statistisch gezien altijd positieve en negatieve dingen gebeuren na een bezoek aan een alternatief genezer. Grote kans dus dat je dingen kunt aanwijzen die het gevolg zijn van ‘een vloek’ (gevoel van onrust, auto kapot, tegenslag op het werk, een andere kwaal die opduikt, last van je buik sinds de healing, etc), en dat je positieve dingen kunt noemen na bezoek aan een christelijke genezingsdienst (iets positiefs op je pad, een fijn gevoel, reparatie van auto die meevalt, etc). We hebben de neiging de feiten in overeenstemming met ons vooropgestelde idee te selecteren, dat is menselijk. Maar de kans dat je na een Jomanda-healing problemen krijgt is, zo denk ik nu, even groot als na een bezoek aan een snackbar of attractiepark Hellendoorn. Onze perceptie maakt ons vooropgestelde idee ‘waarheid’.

 

COMMENTAAR

  1. De valkuil van de charismatischen

Meesterlijk legt Evenboer de vinger bij typisch charismatische dwalingen. Dit artikel gaat met name over opvattingen die slechts bij een aantal Christenen leven. Charismatischen willen als het ware het werk en de aanwezigheid van God/de heilige Geest ‘bewijzen’. Bepaalde geestelijke en lichamelijke gewaarwordingen zouden dat dan moeten bewijzen, zoals trillen of ‘vallen in de Geest’. Mensen hebben vaak niet in de gaten dat dit dikwijls meer psychologie is dan theologie.

Het is wel aardig om allerlei geestelijke ervaringen te vergelijken met Oosterse stromingen (yoga en Boeddhisme) waar samadhi en kundalini een rol spelen. Toch is de weergave daarvan niet geheel correct. De bedoeling van Oosterse religies is niet om zich in het persoonlijke geloof te verdiepen, maar om de individualiteit uit te blussen en te laten opgaan in het ‘al’. Wie eenmaal die toestand bereikt, maakt zich los van alle maatschappelijke taken en relaties en komt terecht in een fase van zelfontkenning. Hij wordt maatschappelijk een ‘nul’; dat is het grote ideaal van de Oosterse religies. (Hoewel in het tantrische deel van het Boeddhisme juist wel oog is voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar de oefeningen zijn ook daar gericht op ‘uitblussing’ van het aardse bestaan).

Hoewel er enkele punten van overeenstemming zijn, is de setting van deze ervaringen in het charismatische Christendom en in het ‘Oosten’ zo verschillend, dat ze elkaar nauwelijks raken. Als kanttekening wijs ik erop dat die genezingen door de Oosterse religies nogal tegenvallen. Als er overeenstemming bestaat met sommige charismatischen dan omdat het in beide gevallen gaat om ‘veel geschreeuw en weinig wol’.

Ook Hindoeïsme etc. zouden de ‘Geest’ zoeken of beleven. Met een hoofdletter. Maar in het Oosten is de Geest onpersoonlijk, een ‘het’, en dat ‘het’ communiceert niet. Daarmee verschillen de geloofsbelevingen van een Christen en een Oosterse gelovige zoveel, dat ze moeilijk te vergelijken zijn.

 

  1. De kracht van god

Hier valt de criticus van het geloof opnieuw in een valkuil. Zonder uitleg stelt hij de god van het Hindoeïsme (een onpersoonlijk ‘het’) gelijk aan de God van de Bijbel. De genade van die god stelt hij gelijk aan het Bijbelse begrip genade. Dat gaat niet zomaar. De hoogste kracht van de oosterse religies wordt soms god genoemd, maar gewoonlijk spreekt men over het ‘Al’. Dat is onpersoonlijk. Genade is voor hen een onpersoonlijk begrip, een natuurkracht. Het ‘Al’ kent geen genade, heeft geen gevoelens en kan niemand te hulp komen. Uiteindelijk is de mens zelf een soort god en alle krachten die hij zoekt liggen besloten in hemzelf. Redding in de Oosterse religies is dan ook geestelijke zelfredzaamheid.

Het ‘eigen ik’ blokkeert de genade. Dat betekent in het Christelijke geloof iets anders dan in de Oosterse religies. In het Christendom komt dat door de zonde. Wordt die kwijtgescholden, dan vindt die mens vrede in zichzelf en met zijn omgeving. In de Oosterse religies moet het ‘ik’ worden opgeheven om op te gaan in het onpersoonlijke ‘Al’. Een beter mens worden? Dat zou het gevolg zijn van het juiste gebruik van kundalini-energie. In zekere zin is dat waar. Mensen die veel nadenken en veel mediteren zullen daar gevolgen van ondervinden. Maar het uiteindelijke doel is niet een beter mens worden. Dat is een tijdelijk bijproduct. (Dat hopen we dan maar. Het hele Oosten wordt overspoeld van aanklachten tegen geestelijke leiders die de boel flessen, vrouwen verkrachten e.d.) Maar uiteindelijk is het doel dat de mens totaal uitgeblust raakt, totaal ongeïnteresseerd in de wereld en in het hele leven.

Waar de één een ervaring meent te hebben met Jezus, zal de ander dat verklaren als een ervaring met Brahma. Ahum... Met Jezus kun je contact hebben, met Brahma niet, want dat is onpersoonlijk. Je kunt hooguit iets bijzonders ervaren – net zoals je de zwaartekracht kunt ervaren. De poging van Evenboer om charismatische en ook Christelijke ervaringen gelijk te schakelen aan die van de Oosterse religies hangt aan elkaar van onzorgvuldigheid. Het is appelen met peren vergelijken.

 

  1. Verstoppingen opruimen

Evenboer verwerpt niet dat zonden moeten worden opgeruimd en dat we iets moeten betekenen voor onze omgeving, maar hij meent dat ook te vinden in Oosterse religies. Vraag één, welke van de duizenden stromingen met wezenlijk verschillende inzichten en methoden? Sommigen kennen vijf chakra’s, andere zelfs 27 – en die chakra’s worden voorgesteld als plekken in het menselijke lichaam. Vraag twee, heb je wel begrepen wat de Oosterse religies uiteindelijk willen? Dat is niet hulpvaardigheid en een liefdevol leven, maar het kappen van alle verantwoordelijkheden en relaties naarmate je verder vordert in het geloof. (Met enkele minderheidsstromingen als uitzondering). Vraag drie: Heeft Evenboer niet in de gaten dat hij nooit iets over chakra’s heeft onderwezen? Dan zou hij weten dat het soms jaren duurt om een of twee chakra’s ‘hoger’ te komen, dat het enorm veel inspanning vergt en dat de meeste mensen nooit in hun leven hun doel bereiken of zelfs maar een of twee chakra’s hogerop komen. In de Oosterse religies gaat het om geestelijke technieken die automatisch een bepaald gevolg hebben, maar gewoonlijk (behalve in het tantrisme) kan een mens die zich niet volle tijds wijdt aan deze ontwikkelingsgang, het wel vergeten. ‘Verlossing’ is in de Oosterse religies uitermate zeldzaam en voor de ‘gewone’ mens onbereikbaar. Vraag 4: Is zonde in het Oosten hetzelfde als in het Christendom? Het verwaarlozen van verantwoordelijkheden - om je aan meditatie te wijden - is in het Oosten een deugd, in het Christelijke geloof een zonde. De grootste zonde in het Oosten is dat je druk met van alles bezig bent, in plaats van jezelf – desnoods ten koste van anderen – aan meditatie te wijden. Evenboer, waar heb je het over?

 

  1. Wonderen van genezing

Ook de vergelijking van de Chinese Tao met het Christendom gaat mank. Deze religie zoekt naar onsterfelijkheid op aarde. De grote wijsheid is volgens deze leer de wu-wei, helemaal niets doen, alles maar gewoon zijn gang laten gaan en dan komt ‘het’ wel in orde. Maar nu de vergelijking met de genezingspraktijk van sommige charismatische genezers. Die is verbluffend. Als we ’t nu eens zouden vergelijken met de manier van handelen van Jezus? Dan blijft er geen gelijkenis meer over. Hij genas op zijn eigen gezag, zonder de hulp van suggestie en hypnose in te roepen. (Dat deze laatste zaken wel eens enige invloed uitoefenen, geloof ik graag. Dat is niet specifiek Christelijk, misschien zelfs antichristelijk.) Maar het gaat niet om die technieken. Hier zijn we bezig met een artikel dat het Christelijke geloof aanklaagt.

In sommige kringen ligt alles heel ‘begrijpelijk’. Het is of A, of B. Het is zegen of vloek. Maar elke zegen kan in een vloek veranderen en andersom. Niet alles is zo duidelijk, ook niet in de Bijbel. Prima dat Evenboer daarop wijst. Alleen betreft zijn kritiek hier niet het Christelijke geloof in het algemeen, maar aanvechtbare gebruiken in een minderheidsstroming.

Visualisering speelt een grote rol in allerlei Oosterse stromingen (die elkaar niet kunnen luchten of zien). In het Christendom heeft dat niets te betekenen, behalve voor diegenen die een verkeerd verstaan van het begrip ‘geloof’ hebben, en daarin een plaats geven aan deze psychologische techniek.

 

  1. De miracle man

In dit gedeelte van zijn betoog gaat Evenboer eerst in op de wonderlijke zaken die de kwantummechanica heeft ontdekt. Iets is en is tegelijkertijd ook niet, het is hier, maar ook daar en de onderzoeker zelf oefent onbedoeld invloed uit op dat hele proces. Bij mijn weten was het de Oostenrijker Fritjof Capra die hier als eerste een populair boek over schreef: ‘The Tao of Physics’. Hij legde ook allerlei verbanden met de Oosterse religies in het algemeen, gebouwd op dit soort beschouwingen (de werkelijkheid is een illusie...), en het lijkt erop dat hij met zijn boek het Oosterse denken als een superieure religie onder de aandacht wilde brengen.

Toch niet zo’n goed voorbeeld. Tao wil de mensen onsterfelijk maken, ook met gebruik van magie en alchemie. Niet zo wetenschappelijk, ook niet erg betrouwbaar dus. Tao heeft een grote afkeer van de samenleving. Opeens ziet alles er toch weer anders uit. De idee dat alle religie een beetje op hetzelfde neerkomt, of een stukje is van de ene grote taart, wordt dan toch wat bedenkelijker.

Verschillende personen met wonderbaarlijke trucjes en ook begaafdheden worden ten voorbeeld gesteld. Onder hen swami Rama. Hij had bijzondere dingen, maar is veroordeeld omdat hij niet van vrouwen kon afblijven. Niet erg sterk.

Kun je alle genezingen terugvoeren op dezelfde illusoire krachten? Was Jezus een illusionist van het niveau van Derren Brown? Of zit er toch nog een andere kant aan de werkelijkheid en heeft het Christelijke geloof iets eigens dat elders ontbreekt? Tot hiertoe zie ik niet in dat alles min of meer hetzelfde is, wat Evenboer hier beweert. Hij haalt elkaar uitsluitende religies aan en atheïsten, pakt van elk een klein stukje en wekt dan de indruk dat dit alles de waarheidsclaim van het Christendom ontkracht. Maar elkaars waarheidsclaim ontkrachten die individuen en stromingen ook. Dit is oppervlakkig gerommel, waar je geen conclusies uit kunt trekken.

 

  1. Dromen en intuïtie

Het is mogelijk om allerlei dromen en ingevingen voor een werk van de heilige Geest te houden. Dan kom je er ook toe om dezelfde zaken bij andersgelovigen negatief te duiden. Dit is een wonderlijke wereld, waarvan nog veel onbekend is. Er is geen enkele noodzaak om deze zaken als vanzelfsprekend aan de Geest toe te schrijven, zelfs als er waarheden in naar voren komen. Pas wanneer er een duidelijke link is met Gods werk en zijn openbaring kun je spreken over een werk van de Geest. Dan hoef je ook niet alles wat zich voordoet in een andere religieuze omgeving af te doen als ‘fout’ of zelfs ‘duivels’.

Deze zaken worden door de betrokkenen vaak opgeklopt. Maar veel Christenen zijn er veel minder op gebrand om van alles aan de Geest toe te schrijven. In dat geval staan ze heel dicht bij de kritiek en de observaties van Evenboer, behalve dan dat hij nu de neiging toont om niets als het werk van de Geest te willen zien.

Inspiratie en intuïtie worden samen als iets bovennatuurlijks getekend. Dat kun je van intuïtie in geen geval zeggen. Niet alles is te verklaren. Maar dat geldt zelfs voor een atheïstische of materialistische levenshouding. Die observatie op zich bewijst noch weerlegt iets.

Niet alles wat zich aandient als Christelijk is goed; niet alles wat zich voordoet buiten het Christelijke geloof is fout. De Bijbel zegt dat niet, de Christelijke geloofsleer zegt dat niet. Hier strijdt de auteur tegen doorgeslagen ideeën, die slechts hier en daar onder Christenen leven. Deze argumenten tonen niets aan, behalve dan dat er interessante verschijnselen bestaan op het terrein van dromen en intuïtie. Dan komt er nog wel een bijzondere opmerking tussendoor: “God is groter dan enige religie”. Precies. Dat zegt de Bijbel ook. De mens is niet in staat om Hem te begrijpen of te beschrijven.

 

  1. De 99 verloren schapen

Zou God 99% van de wereld links laten liggen? De Bijbel leert dat zijn liefde naar alle mensen op aarde uitgaat. Evenboer bestrijdt de idee dat God de overgrote meerderheid van de wereld afschrijft. Dat bestrijdt de Bijbel ook en Christenen bestrijden dat (in het algemeen) ook. De criticus draaft hier enorm door, schept een afzichtelijk gedrocht en bestrijdt dat. Maar wat bewijst hij daarmee? Dat hij ernaast zit. Ik geef hem graag gelijk in zijn kritiek op... zijn eigen misbaksel.

Het belijden van de ‘juiste leer’ is iets anders dan geloof. Het zal het geloof versterken, ons denken meer inhoud geven en ons leven richting. Maar geloof is een vast vertrouwen op God, niet het kennen van de juiste leer. God zegent geloof, niet kennis. Heeft Evenboer niet een wat mechanische en intellectuele opvatting over geloof? Bestrijdt hij soms zijn eigen onbegrip? Gods liefde is niet beperkt tot de ‘juiste kerk’ en ook ver buiten het Christendom laat God zijn liefde blijken. Maar voor de kennis van God en de verlossing geeft het Christelijke geloof de beste uitleg. Dat biedt mensen het goede houvast, mits het hen leidt tot een oprecht geloof.

Eén procent van de mensheid wordt misschien door God aanvaard, stelt Evenboer. Op grond waarvan komt hij tot deze rekenkundige formule? Ik ken wel een verhaal van één schaap op de honderd waar Jezus naar op zoek gaat. Daarin is dan één procent verloren. Maar ook dit verhaal geeft geen enkele aanleiding tot statistische berekeningen. “God, onze Heiland, wil dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.” De enige berekening die je daarop kunt toepassen is dat God van alle mensen – zonder uitzondering – houdt. Tegelijk kun je zeggen dat niet iedereen behouden zal worden, maar dat is dan niet Gods wil. Er zit een donkere kant aan de menselijke toekomst. Maar hoeveel er niet komen? Niemand die dat kan zeggen.

Ik sla de overwegingen van de auteur over de ‘dienst der genezing’ maar even over. Die zaken zijn zo gekoppeld aan enkelingen en hebben zo weinig met opvattingen en gebruiken in het wereldwijde Christelijke geloof te maken, dat het te ver voert daar diep op in te gaan. Uitzonderingen bestrijden is prima, maar dat is geen reden om een geloof dat op de Bijbel is gebaseerd te verwerpen.

In sommige charismatische kringen is er misschien weinig zelfkritiek. Anderen hebben die kritiek wel. Over negatieve en ongezonde verschijnselen in charismatische kring zijn veel boeken en artikelen geschreven, die in die kringen zelf grotendeels onbekend zijn, vrees ik. Een deel van de kritiek van Evenboer is gerechtvaardigd. Maar dat zegt niets over het Christelijke geloof in het algemeen.

 

  1. Het goddelijke mysterie

Misschien is de belangrijkste uitspraak op het slot van dit kritische artikel: “Alle religies zijn per definitie menselijke pogingen het Goddelijke mysterie te systematiseren.” Dat is geen conclusie uit de argumenten van dit artikel, maar een vooringenomenheid van de schrijver. Het wordt ook niet bewezen, maar uitgaande van eerdere argumenten, o.a. over geweld en het karakter van God zoals Evenboer dat zich voorstelt, komt hij tot deze uitspraak. Dat ‘goddelijke mysterie’ moet dan breed opgevat worden, want het Hindoeïsme kent een godheid zonder karakter, plan, verstand of doel. Totaal onpersoonlijk, zeker in de hogere filosofie. Het Boeddhisme noemt zichzelf ‘atheïstisch’- al is ze dat niet. Maar een mysterie is er zeker. Dat is groter dan de individuele mens.

Is het Christendom ook zo’n poging om iets van God duidelijk te maken? Zo ziet dit geloof zichzelf niet. Het probeert wel na te denken over de godsopenbaring en wat dat voor de mens inhoudt. Maar God begrijpen, zelfs maar een klein beetje, nee, dat is niet mogelijk. Op zijn minst is het citaat waar ik deze paragraaf mee begon erg bedenkelijk in de oren van een Christen, althans voor zover het zijn eigen geloof aangaat.  

De auteur stelt dat niemand God of het goddelijke kan doorgronden – iets waarin ongeveer alle religies overeenstemmen. Dan zegt hij dat ‘wij’ (wie zijn dat, de Christenen?) onze dogma’s over God verwarren met God zelf. Onzin. Daarop concludeert hij dat dus (?) alle religies iets van God hebben en een min of meer gelijke waarde hebben. Daarvoor is geen bewijs aangeleverd. Alleen de stelling wordt gelanceerd.

Daarmee komen we aan het einde van een artikel dat vooral charismatische Christenen aanvalt, en dan zelfs niet alles wat charismatisch heet, maar enkele opvallende (extreme) groepen. Vaak is de kritiek daarop gerechtvaardigd, maar die brengt op geen enkele wijze het algemene Christelijke geloof in diskrediet.

Samengevat: Sommige mensen denken dat bepaalde geestelijke (charismatische) ervaringen een bewijs zijn van het werk van de Geest en exclusief gelden voor Christenen. Maar vergelijkbare fenomenen doen zich ook elders voor, heel sterk bijv. in de Oosterse religies. Moet je daarom het Christelijke geloof verwerpen? Nee, want de meeste Christenen ontkennen niet dat er vergelijkbare fenomenen bestaan en zullen bovendien dergelijke ‘charismatische’ verschijnselen niet zien als een ‘bewijs’ van de werking van de Geest. Dit heeft niets met verwerping of aanvaarding van religieuze waarheidsclaims te maken, slechts met kritiek op de overtrokken opvattingen van sommigen. 

Bram Krol

23 sept. 2020